Stedelijk Gent

Een studie over hedendaagse woonvormen in Gent

Huidige Status: Een open brief | 2018 | Gent | - m2 | €

Stedelijk Gent is een open brief. Een verhalende studie in eigen opdracht.

Stedelijk Gent gaat over wonen in de stad, over samenwonen in de stad. Het is een zoektocht naar ruimte voor de personages die net door de mazen van het net glippen. Eén grootouder, of twee, die helpt zorgen voor de kleinkinderen maar graag ook privacy heeft. Een gezin dat tijdelijk een plek voor thuiswerken zoekt. Een kind dat langer blijft hangen, een lief dat komt inwonen.
Een tijdelijke studio in huis. Compacter. En slimmer. Maar tegelijk ook rijker.

Hoe kunnen we ruimte maken door minder ruimte te gebruiken?

Dankzij de hulp van Roel De Coninck en Dries Huysmans.

We onderzoeken drie verschillende verhaallijnen, op drie Gentse typerende sites. Een burgerwoning, een set van drie kleine rijwoningen, een verborgen binnengebied.

De aanzet wordt aangegeven door de eigenheid van de bestaande toestand. We komen de opportuniteit van bouwen op derde, zelfs vierde plan tegen. We privatiseren om collectief gebruik mogelijk te maken. En omgekeerd. Gedeelde tuinen versus kleine private terrassen. Anders schakelen, doorsteken en buitenruimtes zoeken.

Eerste verhaal

Clementina, een fiere burgerwoning, kreeg een paar jaar terug een nieuwe vergunning voor 2 appartementen.
We verdubbelen onze ambitie, omdat we in de marge ruimte willen zoeken.
We zoeken plek voor 4 woningen.

De trap geeft de aanzet. Op verkenning langs de verdiepingen, vooraan en achteraan wonen, hoog èn laag.

We zoeken de hoogte op, zoals de buren dat reeds doen. Maar dan op Clementina’s eigenzinnige wijze. De bestaande doorsnede doet het werk voor ons.

De woning wordt niet meer in laagjes gesneden, maar krijgt 4 nieuwe woningen.

De bestaande trap doet de helft van het werk. Voor elke woning een nieuwe trap, die voor en achter aan elkaar schakelt, over 4 bouwlagen. Wonen op hoogte, elke verdieping een ander uitzicht over de binnenstad. Elke woning een buitenruimte; een tuin, of een terras. Of een dakterras, hoog boven de stad.

Tweede verhaal

Ekkergem, vijf smalle, diepe rijwoningen grenzen aan een klein binnengebied. Na het hoofdhuis volgt het achterhuis; een smalle ruimte zonder zijdelingse zichten, want de buren leven te dichtbij.  De woningen zijn vooral op de straat georiënteerd. Hoe verder op het perceel, hoe beslotener de kamers worden.

De woningen zijn momenteel onderverdeeld in 33 kamerwoningen. We zetten de ambitie één op één in, en zoeken hoe we van 33 kamers naar een groot aantal volwaardige woningen kunnen gaan.

De woning strekt zich van grond tot dak.
De woning is altijd grondgebonden, dus ruimte voor fietsen en groter gerief. De woning heeft altijd een dak, waar plek is voor een tuin, een terras, een plant, en een barbecue. Ze staat mandelig, is niet grot, maar mag groot genoeg durven zijn. Compact en stedelijk.

We starten vanaf 12 meter diepte, een maat die licht en lucht garandeert voor de hoofdbouw. De achterbouw wordt vervangen door een woning op de tweede rij. En de derde. En vierde. We keren twee gangen binnenstebuiten om toegang te krijgen tot het binnengebied.

De kiem van het ontwerp vinden we in het bestaande binnengebied. Twee woningen hebben op vandaag toegang. Het lijkt een voordeur, maar geeft uit op een steegje.
Een eigen toegang in het stadscentrum. We denken aan de densiteit maar ook de rust van een beluik.

De nieuwe woningen staan steeds mandeling en volgen elkaar op. Ze springen terug om pleintjes te maken waarrond de voordeuren worden georganiseerd.

De kamer bepaalt opnieuw de maat van de woning. Maar gaat in dialoog met de woning. Met de site. Met de omgeving. Met de binnenstad.

Derde verhaal

Sperwer; drie smalle, kleine rijwoningen naast elkaar, temidden van een historische arbeidersbuurt. Smalle uitbouwen bezettten bijna volledig het perceel. Niet elk huis een koertje, de zolder net te laag om te bewonen.  Overal te vinden in Gent. Sperwers overal.

Wanneer we over de grenzen van de scheimuren heengaan, traceren we een herkenbare planfiguur van 6 kamers.
De kamer als ruggengraat voor flexibel, intergenerationeel wonen. Elke verdieping is opdeelbaar, kan meegroeien met behoeftes en noden.

 

We houden de hoofdbouw ondiep, zodat elke kamer dezelfde afstand tot de ramen krijgt. De achtergevel wordt een kopij van de voorgevel. We tekenen een binnentuin, en ruimte aan het einde van het perceel. Ademruimte, zowel in ruimte als in gebruik.